Geloof in de Laatste Dag

Een moslim gelooft dat de dood niet het einde van het bestaan is, maar een overgang van het huis van het handelen naar een eeuwig leven dat het echte begin is voor elk mens. Terwijl de onoplettenden de dood als een eindpunt zien, beseft de gelovige dat het een ontwaken is uit de onoplettendheid van deze wereld, waarna het leven van de barzakh begint dat voorafgaat aan de blijvende zaligheid of de pijnlijke straf. Dit doet de gelovige voortdurend voorbereid zijn op de ontmoeting met God door berouw, het vragen om vergiffenis en het teruggeven van rechten aan hun eigenaars.

Het in gedachten houden van de Laatste Dag is een wezenlijke pijler die het leven van de gelovige in evenwicht brengt; hij ziet begrafenissen en graven en herinnert zich dat dit zijn lot is, maar raakt niet in paniek; hij rekent zichzelf af voordat het te laat is. De oprechte gelovige vindt in de herinnering aan het hiernamaals hulp om geduldig vol te houden in het verrichten van verplichtingen, en een sterk innerlijk motief dat hem weerhoudt van het begaan van zonden, in de hoop op Gods welbehagen en uit angst voor Zijn straf op de dag waarop harten en blikken zullen veranderen.

Bij de Opstanding en het doen opleven van de mensen uit hun graven wordt ieder mens opgewekt in de toestand waarin hij gestorven is; allen worden naar de Verzameling geleid om te staan voor het gerecht van Gods rechtvaardigheid. Op die zware dag wordt ieder mens geconfronteerd met zijn boek waarin zijn daden tot in het kleinste nauwkeurig zijn genoteerd, en geen status of rijkdom zal daar baten. Degene wiens daden rechtschapen waren zal gered worden, en degene die zijn begeerten volgde en zijn Heer ongehoorzaamde zal vernederd worden; ieder ontvangt zijn vergelding naar zijn geloof en zijn daden.

De standen van de gelovigen in het Paradijs verschillen naar gelang van hun oprechtheid en hun inzet; het is een verblijf dat God heeft bereid voor de godvrezenden die in deze wereld geduldig bleven voor de waarheid. Wat de koppige ontkenners betreft, zij ontvangen het loon voor hun volharden in ongeloof, want op de Dag des Oordeels ervaren zij het grote verlies wanneer berouw niets meer baat. Daarom streeft de gelovige ernaar tot de rechters te behoren die hopen op Gods barmhartigheid en vergiffenis, en vermijdt hij alles wat leidt tot Zijn toorn en straf.

يؤمن المسلم بأن الموت ليس نهاية الوجود، بل هو انتقال من دار العمل إلى حياة أبدية هي البداية الحقيقية لكل إنسان. فبينما يرى الغافلون الموت غايةً، يدرك المؤمن أنه يقظة من غفلة الدنيا، لتبدأ حياة البرزخ التي تسبق النعيم المقيم أو العذاب الأليم، مما يجعل المؤمن دائم الاستعداد للقاء الله بالتوبة والاستغفار ورد الحقوق لأهلها.

إن استحضار اليوم الآخر يُعدُّ ركناً أصيلاً يضبط حياة المؤمن؛ فهو يرى الجنائز والقبور فيتذكر أنها مصيره، لكنه لا يجزع بل يحاسب نفسه قبل فوات الأوان. فالمؤمن الصادق يجد في استذكار الآخرة عوناً على الصبر على الطاعات، ووازعاً قوياً يمنعه من ارتكاب المعاصي، طمعاً في رضا الله وخوفاً من عقابه يوم تتقلب فيه القلوب والأبصار.

عند قيام الساعة وبعث الناس من قبورهم، يُبعث كل امرئ على الحالة التي مات عليها، فيساق الجميع للحشر ليقفوا أمام محكمة العدل الإلهي. في ذلك اليوم العصيب، يقرأ كل إنسان كتابه الذي سُجلت فيه أعماله بدقة متناهية، ولا يغني فيه جاه ولا مال، بل ينجو من كان عمله صالحاً، ويذلُّ من اتبع هواه وعصى ربه، فلكل جزاؤه بحسب إيمانه وعمله.

تتفاوت منازل المؤمنين في الجنة بحسب إخلاصهم وجهادهم، وهي دار أعدها الله للمتقين الذين صبروا في الدنيا على الحق. أما المنكرون المعاندون فيلقون جزاء إصرارهم على الكفر، حيث يدركون يوم القيامة عظم الخسارة حين لا ينفع الندم. لذا، يسعى المؤمن ليكون من أصحاب اليمين الذين يرجون رحمة الله وعفوه، ويجتنب كل ما يؤدي إلى سخطه وعذابه.